Deel 1: Werken met het glas
Demonstratie en oefening van de meest gebruikte patronen na de belangrijkste rebounds, aan beide kanten van het veld.
We gebruiken spelpatronen als basis om tactische fouten te voorkomen en het spelinzicht te verbeteren. Zo kunnen er betere beslissingen worden genomen over wanneer een patroon gevolgd moet worden en wanneer het beter is om daarvan af te wijken.
Dit hangt af van verschillende factoren, zoals de kenmerken van de inkomende bal (snelheid, hoogte, spin, diepte) en de positionering op het veld. Aangezien het veld 20 bij 10 meter is en door twee spelers wordt gedekt, is het belangrijk om de belangrijkste slagen met precisie en kwaliteit te automatiseren. Als dit niet gebeurt, kun je kwetsbaar worden en je tegenstander een voordeel geven.
We gaan oefenen met drills die je leren waar je de bal moet plaatsen na contact met de zijwand, achterwand en bij dubbele rebounds (open of gesloten situaties).
Deel 2: Volleys en overheads aan het net
We richten ons op het belang van het opbouwen van het punt vanuit een dominante positie op het veld, zonder onnodige fouten te maken – vooral bij de overheads.
Bij aanvallen moet er een goede balans zijn tussen risico en beloning. Onthoud dat meer dan 90% van de punten aan het net wordt gewonnen. We oefenen met diepe volleys en leren hoe je de juiste overhead kiest voor elke situatie. Daarbij houden we rekening met de individuele speelstijl van elke speler, want die verschilt van persoon tot persoon. Er is een breed scala aan opties waaruit je kunt kiezen.
Ook in dit deel behandelen we de meest gebruikte patronen aan beide kanten van het veld en wanneer het zinvol is om daarvan af te wijken. We zoeken hierbij steeds naar de juiste balans tussen structuur (de wetenschap) en creativiteit op de baan.
Deze PO-sessie is opgenomen tijdens het Nederlands Kampioenschap.
PO: 3 punten.